shutterstock_1705200877Samen met het coronavirus verspreiden ook nieuwe woorden zich over de wereld. Een groot deel van die woorden zijn afkomstig uit het Engels.

Sinds de komst van het coronavirus bevat ons dagelijkse taalgebruik heel wat nieuwe woorden. Lockdown, preteaching, videocalls, social distancing, contact tracing … Het Engels lijkt de taal bij uitstek om over het virus en onze nieuwe levensstijl te spreken.

Dat is niet verrassend, vindt taalkundige Eline Zenner (KU Leuven) in De Standaard: ‘Een maatschappelijke verandering brengt nu eenmaal nieuwe termen mee. Gaat het daarbij om een internationale crisis, zoals nu, dan volgen er automatisch internationale termen, zoals lockdown of flatten the curve. Als er voor een concept een gat is in onze taal, dan moet dat gevuld.’

Niet iedereen ziet die Engelse termen graag verschijnen. Een taal bepaalt mee je identiteit. Het gebruik van anderstalige woorden ligt daarom soms gevoelig en kan als een bedreiging van die identiteit aanvoelen.

Duidelijkheid

Waarom worden er niet gewoon Nederlandse vertalingen gebruikt? Veel heeft te maken met snelheid en duidelijkheid, zeggen taalkundigen. Als in een andere taal al een woord bestaat dat duidelijk aangeeft waarover iets gaat, is het soms gemakkelijker om dat woord te gebruiken dan om een Nederlands alternatief te verzinnen waarvan de betekenis nog niet helemaal duidelijk is. Als die Nederlandse vertaling bovendien te lang op zich laat wachten, raakt de Engelse term al snel ingeburgerd.

Dat wil niet zeggen dat er geen nieuwe Nederlandse woorden gebruikt worden. Woorden als ‘raambezoek’, ‘e-peritief’, ‘hamsterschaamte’ of ‘1,5 metercirkel’ zijn enkele van de meer dan 700 termen die de hoofdredacteur van Van Dale al heeft opgelijst als nieuwe coronawoordenschat.

Tijdelijk

Een groot deel van die nieuwe woorden zal ook niet blijven hangen, sust Nederlands taalkundige Nicoline van der Sijs (Radboud Universiteit Nijmegen) in De Standaard: ‘Bij een nieuw fenomeen zie je eerst meer leenwoorden, maar als de coronacrisis nog lang duurt, zul je merken dat we vanzelf naar meer Nederlands gaan. […] Engelse woorden in onze taal zijn erg vluchtig, want ze hangen vaak samen met nieuwigheden. Na dertig jaar is een derde weer verdwenen. Nu stikt het van de coronawoorden, maar daar zullen er weinig van overblijven.’

Leenwoorden

Dat woorden uit andere talen het Nederlands binnensluipen, is natuurlijk niet nieuw. Zo is bijvoorbeeld veel technologische taal doorspekt met Engelse leenwoorden.

Over het algemeen sijpelen leenwoorden gemakkelijker onze taal binnen dan bijvoorbeeld in het Frans. Daar werden meteen Franse alternatieven gebruikt, zoals le confinement en la distanciation. De Franse woorden lijken wel wat op het Engels en zijn daarom een logisch alternatief. Bovendien ligt de overname van woorden uit een andere taal bij de trotse Fransen een pak gevoeliger.

Foto: Shutterstock