shutterstock_1330396610Een Aalsterse carnavalsgroep krijgt kritiek omdat ze op haar praalwagen stereotiepe afbeeldingen van joden gebruikte. Het deed een discussie ontstaan over de grenzen van humor.

Mag je met alles lachen? Het is een vraag die na de carnavalstoet in Aalst druk besproken wordt. In die stoet reed een praalwagen mee van de Aalsterse carnavalsgroep De Vismooil’n. Op die wagen stonden karikaturen van joden, met een grote haakneus, pijpenkrullen en een geldkist. Niet grappig maar kwetsend, vonden twee joodse organisaties. Zij dienden klacht in bij het gelijkekansencentrum Unia.

Antisemitisme

De organisaties vinden dat de wagens een voorbeeld zijn antisemitisme. Dat is de discriminatie en haat tegen joden.

In het verleden kregen joden al vaker te maken met antisemitisme op grote schaal, zoals in de Tweede Wereldoorlog. Toen werden miljoenen joden vermoord in concentratiekampen. In die periode werden de clichés en stereotypen over de joodse bevolking, zoals dat van de jood als geldwolf, gebruikt als propaganda van de nazi’s. Het verklaart mee waarom die clichés vandaag zo gevoelig liggen.

Humor

Maar de carnavalisten vinden de kritiek onterecht. Zij vinden dat er op carnaval met alles gelachen moet kunnen worden. Zo zijn bijvoorbeeld ook politici of andere bevolkingsgroepen en religies vaak het mikpunt van de spot.

‘Ik snap dat de joodse gemeenschap […] gechoqueerd kan zijn. Maar tegelijk vind ik dat tijdens carnaval met alles en iedereen gelachen moet kunnen worden. Als je dat verbiedt, val je het DNA van het Aalsters carnaval aan in zijn kern’, zei Yordi Ringoir, die de affiche van Aalst Carnaval ontwierp, over de heisa.

Internationale kritiek

Ook internationaal wordt er afkeurend naar de carnavalswagen gekeken. De Europese Commissie noemde het ‘ondenkbaar’ dat zoiets vandaag nog kan gebeuren. En ook Unesco, de erfgoedorganisatie van de VN, sprak zich uit tegen de ‘racistische voorstellingen’. Het carnavalsfeest in Aalst is door Unesco als cultureel erfgoed erkent.

Foto: Shutterstock