shutterstock_1920800903Al tien jaar lang heerst er een verwoestende burgeroorlog in Syrië. Een oplossing lijkt voorlopig nog niet in zicht.

De oorlog in Syrië begon in maart 2011. De bevolking kwam toen in opstand tegen het beleid van president Bashar al-Assad. De Syriërs wilden meer inspraak over wie hun land bestuurde. De Syrische regering reageerde met geweld op de protesten. Groepen burgers gingen in de tegenaanval en het conflict groeide uit tot een burgeroorlog.

Ondanks internationale oproepen tot het aftreden van Assad, wilde die van geen wijken weten. Hij bestempelde de rebellengroepen meteen als terroristen en begon met luchtbombardementen op grote steden als Homs en Aleppo.

Islamitische Staat

Het conflict in Syrië werd nog complexer toen terreurgroep IS een mooie kans rook om zijn gebied uit te breiden. In het verzwakte Syrië greep IS in 2014 de macht over een groot deel van het land. Door aanslagen van de terreurgroep in het buitenland, waaronder België, verschoof de internationale aandacht naar de strijd tegen IS.

In 2017 begon IS aan terrein te verliezen. In 2019 werd het laatste stukje van het kalifaat heroverd. Hoewel IS geen eigen grondgebied meer heeft, blijven kleine delen van de groep nog actief in Syrië en buurland Irak.

Gevolgen

Het regime schuwde het geweld op de burgerbevolking niet. Zo werden er in de loop van het conflict ook chemische aanvallen uitgevoerd, met giftige gassen. Internationaal wordt dat beschouwd als een oorlogsmisdaad.

Er vielen in totaal naar schatting 387 000 dodelijke slachtoffers, onder wie 22 000 kinderen. Daarbovenop zijn er nog ongeveer 128 000 mensen vermist. Een groot deel van het land werd vernietigd. De economie ligt in duigen.

Het conflict bracht een enorme vluchtelingenstroom op gang. Van de 23 miljoen Syriërs vluchtten er zes miljoen naar het buitenland, vooral naar buurlanden als Turkije, Libanon en Jordanië. Met de hulp van mensensmokkelaars bereikte een deel van hen ook Europa. Zes miljoen andere vluchtelingen bleven in eigen land. Daar leven ze in tentenkampen, omdat hun woonplaatsen bedreigd of vernietigd zijn.

Controle

Volgens het regime heeft Assad het land weer onder controle. De rebellenlegers hebben nog slechts de macht over één provincie. Toch heeft de regering naar schatting slechts 65 % van het land in handen. In het noorden en het oosten van het land zwaaien Koerdische strijdkrachten en het Turkse leger de plak.

Foto: Shutterstock