©Shutterstock

©Shutterstock

Het Ierse kledingmerk Primark heeft de samenwerking met kledingfabrieken in Myanmar stopgezet. Volgens een rapport van een ngo zijn de werkomstandigheden er te slecht geworden. Andere merken beslissen om er toch nog te blijven.

Een rapport van de Britse ngo Ethical Trading Initiative (ETI) toont zich bijzonder kritisch over de situatie in de honderden kledingfabrieken die Myanmar telt. Uit gesprekken die de organisatie voerde met duizenden arbeid(st)ers die kleren naaien en/of verven blijkt dat de arbeidsomstandigheden enorm verslechterd zijn.

Door de militaire staatsgreep die vorig jaar in het Aziatische land plaatsvond, heerst er momenteel een angstcultuur in de naaiateliers. Niet alleen kloppen de werksters overmatig lange werkuren, ze krijgen ook met verbaal, fysiek en seksueel geweld te maken.

Controle onmogelijk

Ngo’s en mensenrechtenorganisaties zijn illegaal verklaard en vakbonden wordt het werk onmogelijk gemaakt’, getuigt Johnson Yeung van de Schone Kleren Campagne in De Standaard. Omdat de militairen verhinderen dat organisaties de veiligheid en de mensenrechten in de fabrieken controleren, besloot Primark geen bestellingen meer te plaatsen bij 25 kledingfabrieken in Myanmar.

Strengere normen

In 2013 stortte een werkplaats in Rana Plaza in Bangladesh in. Daarbij vonden 1100 werknemers de dood. Die tragedie leidde tot het zogenaamde Bangladesh-akkoord. De kledingsector legde daarin strengere normen vast voor de veiligheid en arbeidsomstandigheden bij de productie in lageloonlanden.

Primark volgt het voorbeeld van C&A, Tesco en Aldi South Group. Die oordeelden eerder al dat de vereiste normen niet meer gehaald kunnen worden in het huidige Myanmar. Zij plaatsen er om die reden al een tijd geen orders meer.

Jobverlies

De meerderheid van westerse kledingbedrijven blijft wel nog in Myanmar actief. Door de goedkope lokale munt, de kyat, is de export van kleren vanuit het land dit jaar enorm gestegen. Tegenover 2020, het laatste jaar voor de militaire coup, is de productie er met liefst 29 procent gestegen.

De meeste merken vinden het onverstandig om de vele naaisters daar hun job en dus hun inkomen af te pakken. ‘Wij houden ook in het achterhoofd dat veel mensen in Myanmar voor hun overleven afhangen van internationale bedrijven’, stelde de woordvoerder van H&M in de Wall Street Journal.

Liever geen boycot

ETI, de ngo die het rapport opstelde, toont veel begrip voor de houding van de meeste westerse modemerken. De organisatie vraagt zelfs uitdrukkelijk om Myanmar niet te boycotten, precies omdat dat voor vele mensen tot inkomensverlies zou leiden. Ze vraagt dat de kledingbedrijven eerder hun engagement in het land grondig herbekijken.