shutterstock_624801452De Wereldgezondheidsorganisatie voegt gameverslavingen toe aan haar lijst van officiële ziektes. Dat moet de deur naar een betere behandeling openzetten.

Naar schatting een op de tien jongeren gamet verontrustend veel, en ongeveer twee procent is echt verslaafd aan games. Door de groeiende bezorgdheid over dat probleem zal de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een gameverslaving nu officieel erkennen als ziekte.

Behandeling

Als een gameverslaving een officiële diagnose wordt, zal er ook meer aandacht gaan naar de behandeling ervan. Dat is nodig volgens wetenschappers. Die klagen al langer over een gebrek aan kwalitatief wetenschappelijk onderzoek over gamen en de behandeling daarvan. Vandaag wordt een gameverslaving vooral behandeld zoals andere verslavingen: via gedragstherapie en informerende gesprekken.

Symptomen

Bovendien zorgt de opname in de lijst van ziektes ervoor dat een gameverslaving een vaste lijst van symptomen krijgt. Vandaag wordt de term nog te pas en te onpas gebruikt. Maar niet elke vorm van gamen is problematisch. Dat gebied wordt nu beter afgebakend.

We spreken pas van een gameverslaving wanneer iemands overmatig gamegebruik een negatieve invloed heeft op andere domeinen van zijn of haar leven, zoals school, vrienden, relaties … Andere symptomen zijn een verwaarlozing van het dag-nachtritme en geen drie volwaardige maaltijden per dag meer eten. Bovendien moeten die problemen al een jaar aan de gang zijn voor er echt sprake kan zijn van een verslaving.

Overdiagnose

Ondanks die lijst van symptomen is het toch opletten voor een te overhaaste diagnose, vinden onderzoekers. Er is immers niets mis met iemand die graag games speelt. Maar volgens Marijs Geirnaert – van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugsproblemen – zullen we nu net beter dat onderscheid kunnen maken. ‘De erkenning betekent dat er meer onderzoek komt naar gameverslaving en dat we nu duidelijker kunnen bepalen wanneer je een gepassioneerde gamer bent, een problematische gamer of een verslaafde gamer,’ zei ze daarover in De Standaard.