shutterstock_324590741Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten we dringend in actie schieten. De negatieve gevolgen van de klimaatopwarming lijken bijna niet meer te vermijden.

In 2015 ondertekenden 193 landen het klimaatakkoord van Parijs. Daarin stond dat de opwarming van de aarde beperkt moest blijven tot 1,5 graden in het jaar 2100 (ten opzichte van de wereldtemperatuur voor de industriële revolutie). Het akkoord werd destijds op veel applaus onthaald. Maar sindsdien is de uitstoot van COopnieuw toegenomen. Die uitstoot, die bijvoorbeeld veroorzaakt wordt door autoverkeer en fabrieken, is de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde. En de Verenigde Staten, nochtans een belangrijke vervuiler, trokken zich terug uit het akkoord. Ook andere grote landen, zoals Australië en Brazilië, lijken terug te krabbelen.

Vragen

Zijn de doelstellingen die in Parijs gesteld werden nog haalbaar? En maakt het een verschil of we de temperatuurstijging beperken tot 1,5 of 2 graden? Dat waren de belangrijkste vragen op de klimaattop van de Verenigde Naties in Zuid-Korea. Op vraag van de VN deden wetenschappers onderzoek naar die kwesties. De resultaten werden samengevat in een klimaatrapport.

Onvoldoende actie

In dat rapport, samengesteld op basis van meer dan 6000 studies, voorspellen onderzoekers dat een temperatuurstijging van 1,5 graden al in 2030 een feit zou kunnen zijn. De acties die tot nu toe ondernomen werden om de uitstoot van broeikasgassen (zoals CO2) te beperken, zijn onvoldoende om een stijging van de globale temperatuur onder de 1,5 graden te houden.

Toch zeggen de onderzoekers dat het doel van 1,5 graden nog steeds haalbaar is. Maar dan moet de wereldeconomie ervoor zorgen dat ze tegen 2050 klimaatneutraal is. Dat wil zeggen dat er ofwel geen CO2 meer uitgestoten mag worden, of dat de CO2 die wel uitgestoten wordt uit de atmosfeer verwijderd wordt. Bomen spelen daarin een belangrijke rol, maar ook nieuwe technologieën om CO2op te vangen en te verwerken zouden een oplossing kunnen bieden.

Gevolgen

Bij een stijging van 2 graden zullen de negatieve gevolgen voor de wereld veel groter zijn. Het landijs in het Noordpoolgebied is dan nauwelijks nog te redden, waardoor de zeespiegel 6 tot 8 meter zou stijgen. Dat wil zeggen dat sommige gebieden die vandaag land zijn, in de toekomst onder water zouden staan. Ook België, dat aan de zee ligt, kan daar gevolgen van ondervinden.

Bovendien zou de biodiversiteit, de hoeveelheid verschillende soorten planten en dieren, afnemen. Die biodiversiteit is belangrijk, want veel organismen hebben een belangrijke functie, zoals het leveren van energie, voedsel of geneesmiddelen.

Maar ook bij een toename van 1,5 graden zullen extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven, droogtes en overstromingen vaker voorkomen.

Warmere steden

Dat de tijd dringt, blijkt ook uit onderzoek van het European Datajournalism Network (EDJNet). In dat onderzoek werd vastgesteld dat verschillende Europese steden nu al 1,5 graden warmer zijn dan 100 jaar geleden. In het Zweedse mijnstadje Kiruna, dat boven de noordpoolcirkel ligt, is dat zelfs 3 graden. In België blijft de temperatuurstijging voorlopig beperkt tot 0,85 graden.